Home | Amersfoort | Fotoverhalen | brandstofprijzen | webtech |

Is het Utrechts stadsrecht duidelijker?

In naam van de heilige en ondeelbare drieeenheid, Hendrik de Vierde, bij de gratie gods rooms keizer en vermeerderer des rijks.

Zolang wij welwillend zorg dragen voor de belangen van onze trouwe onderdanen en op de juiste wijze gehoor geven aan hun verzoeken, volgen wij de gewoonte van onze voorgangers, koningen of keizers, en verwerven des te groter welwillendheid bij de toekomstige onderdanen tegenover ons en tegenover onze opvolgers in de hoop op beloning. Daarom zij het bekend aan allen, zowel in de toekomst als in het heden, dat wij niet alleen aan de burgers van Trecht en muiden maar ook aan allen die binnen hun gebied zij opgenomen, de rechten, gewoonten en voorrechten, verleend door bisschop Godebald, bevestigen en bekrachtigen op grond van deze voorwaarde, dat zij eensgezind volharden in hun trouw aan ons en aan onze waardigheid en zich met alle kracht inzetten om de aanslagen op en de tegenstand tegen de kroon te onderdrukken door trouwelozen te vernederen, maar de getrouwen krachtige steun te verlenen wanneer zich de gelegenheid voordoet. Maar wij willen niet dat onze getrouwe onderdanen de eed geheim houden, die bij de schenking van deze oorkonde door ons de burgers van trecht enMuiden gezworen hebben om zich ongeschonden te handhaven Dit is echter de vorm van deze eed, te weten, dat zij in trouw aan ons met name het bisdom Utrecht zonder enige uitzondering tegen alle stervelingen in voor ons zullen bewaren. Maar opdat het gezag van deze onze voorwaarde of bevestiging vast en onwrikbaar zou blijven, hebben wij daarom bevolen deze oorkonder, eigenhenadig bekrachtigd, te laten schrijven en te laten voorzien van de opdruk van ons zegel. Van onze bevestiging hebben wij als geschikte getuigen de aanwezigheid verkregen van Godebald, bisschop van Trecht, Coenraad, bisschop van Osnabruck, Mengozus, proost van de Sint Maartenkerk, de proost Herimannus, graaf Frederik van Arenberg, graaf Arnold van Kleef, Arnold van Rod en zijn broer Rucher, Giselbert, de schout van Galo. Eveneens burgers van Muiden: Giselbert, terzelfder tijd benoemd tot bestuurder van deze plaats, Waldo, Sigebald, Herimannus, Wiltetus. de ridders van het hospitaal van Sint Jan te Jeruzalem: Godsalc, Uscher, Alger, Peter, Tanco, Gerard en Robert. Maar allen, die verplicht zijn de stad Trecht te versterken met een muur, zullen vrijgesteld zijn van welke vorm van tolbelasting op het verkeer dan ook, zolang zij in deze stad verblijven om er handel te drijven.

Dit is het teken van Hendrik de Vierde, de onoverwinnelijke Rooms keizer. Ik, Bruno, kanselier, heb dit bevestigd in plaats van de aartskanselier. Gegeven te Trecht, in het jaar van de menswording des heren 1122, in de 23e indictie, op 2 juni, in het 23e koningsjaar van heer hendrik de Vierde, in het 12e jaar van zijn keizerschep.

Is het Utrechts stadsrecht duidelijker?

Ook hier wordt verwen naar rechten die de bisschop heeft verleend, wat die rechten zijn was blijkbaar bekend en is niet in het document beschreven. Wel wordt het versterken van de stad met een muur genoemd.